Ernö Kallai Kiss Peter Berki Lajos Sárközi jr. Ernö Kallai sr. Lajos Pádár Geza Jonas Csaba Luckacs

Magyar Nóta(k) Stijl / Type muziek

Magyar Notak omvatten een breed scala aan stijlen, zoals:

De langzaam gespeelde nummers, genaamd Hallgató (voorbeeld 1 hieronder) , met een vrij tempo en daarom ook wel Rubato genoemd. waarbij dit tempo uiteindelijk wordt bepaald door de gezongen vaak emotionele en melancholieke teksten.

De dansmuziek zoals de Csárdás, (oorspronkelijk vaak gedanst in de csarda = herberg), onderverdeeld in de Lassan (langzame Csárdás) en de Friss (snelle, levendige Csárdás.) Bij die Csardas onderscheidt men twee ritmes, beschreven met de Hongaarse woorden Düvö, met het accent op iedere basnoot, (voorbeelden 3 en 4) en de Ezstam, met het accent op iederere 1e en 3e basnoot. (voorbeelden 2 en 4) Daarbij worden deze basnoten met accent afgewisseld door een afterbeat (“tegenprik”) vooral gespeeld door een altviool, de zogenaamde bratch. (voorbeeld 12) Vaak worden een aantal csárdas melodieën in serie gespeeld (Csárdasok) met als gangbare volgorde de Lassu, de Csárdás en meestal eindigend met een Friss. (voorbeeld 6)

Een aparte ontwikkeling vormden de ronselaars van het Hongaarse leger met de Verbunkos, (wervingsdans, voorbeeld 7 ) in oorsprong een boeren dans, gespeeld door zigeuners.. Daarnaast ontstond later in de elitaire kringen de Palotás paleisdans, paleis dans) . Beide types dansen worden soms ook onder de category csárdás gerekend. De Nota of het lied, (voorbeeld 9) met een grote verscheidenheid van stijlen. Ook de langzame dans Andalgó (voorbeeld 10) behoort tot deze categorie. Deze Andalgó is vaak herkenbaar door de “a-ritmische afterbeat of tegenprik” van de altviool als bratch. Veel voorbeelden staan met de vermelding “A” op de pagina “Song”op cimbalom.nl

Naast magyar nóta speelden de zigeuners ook hun Zigeuner liederen, of Gipsy nóta (voorbeeld 11) in een geheel eigen herkenbare stijl.

Een interessante site met bekende Magyar Nóta is Magyarnota.com

Zigeunermuziek in Nederland

Tijdens het begin van de vorige eeuw werd volksmuziek uit Oost-Europese landen – hier meestal aangeduid als Zigeunermuziek – en dan met name de Hongaarse volksmuziek (Magyar Nóta) populair in Nederland. Vele Hongaarse orkesten kwamen spelen in Nederlandse restaurants. Sommige van deze muzikanten bleven zelfs voor de rest van hun leven in Nederland sepelen, zoals Lajos Veres, de Hongaarse en later Nederlands cimbalist Timi Balázs (op deze video vanaf 1 min 40) en de Roemeense violist Gregor Serban. Befaamd was verder de pianist Sándor Vidák spelend in de Kurhaus bar in Scheveningen.

Hierdoor geinspireerd begonnen Nederlandse studenten van verschillende universiteiten deze muziek te spelen. Diverse professionele musici, zoals de eerder genoemde Timi Balázs genoten er van om Nederlandse studenten te trainen in het spelen van Hongaarse volksliederen Nog steeds spelen hierdoor meer Nederlandse amateur orkesten de Magyar Nóta dan in enig ander land van West-Europa. Zie hiervoor het Nederlands platform voor amateur muzikanten van volksmuziek uit Oost Europa

Helaas dreigt deze Hongaarse Zigeunermuziek te verdwijnen uit Nederland waardoor we een unieke muzieksoort zouden verliezen die decennia lang in Nederland zo’n prominente plaats innam.

Ook in Hongarije, de bakermat van deze muziek, staat de muziek er niet goed voor. Daardoor bestaat het risico dat dit prachtige culturele erfgoed grotendeels gaat verdwijnen. Dat treft ook de Hongaarse (zigeuner) musici die met deze muziek soms al generaties lang in hun inkomen voorzagen. De Stichting Magyar Nóta wil zich inzetten om deze muziek weer in het voetlicht te zetten als bijdrage in het behoud er van. Zie verder Beleidsplan Magyar Nota

Historie Magyar Nóta(k)

Met de woorden Magyar nóta(k) , letterlijk “Hongaars lied(eren), wordt bedoeld de stedelijke (urban) Hongaarse volksmuziek. Deze muzikale stijl, mede gebaseerd op zeer oude volksmelodieën gezongen door de
boeren bevolking, is tijdens de stedelijke intwikkeling van Hongarije opgekomen in Budapest en andere Hongaarse steden tijdens het einde van de 19de en de vroege jaren van de 20e eeuw. Deze muziek wordt vaak
gespeeld door zigeuners en daarom ook aangeduid als (Hongaarse) zigeunermuziek. Een belangrijke rol in de vroege ontwikkeling van de Magyar nótak speelde de zigeunerviolist Dankó Pista
(1858 – 1903) , Hij componeerde meer dan 400 nummers , waarvan vele nog steeds bekend zijn. Daarnaast realizeerden in het begin van de 20 ste eeuw de componisten Béla Bartók. and Zoltán Kodály zich hoe goed de
rijke Hongaarse muzikale cultuur, zelfs zonder geschreven partituur, van generatie op generatie was overgedragen.

De tekst van de liederen was belangrijk en ook bekende Hongaarse dichters speelden daarin een rol. Bij een gezongen melodie begint het orkest meestal met het refrein